Spelen op een festival zonder soundcheck

Indien je gaat spelen op een festival dan is het zeer goed denkbaar dat er geen tijd is voor een soundcheck. In de praktijk merk ik regelmatig dat bands hier niet op ingesteld zijn en dat dit (vaak onterechte) stress oplevert bij zowel de band als de meereizende technicus. Met een goede voorbereiding hoeft dit geen enkel probleem te zijn. Spelen op een festival zonder soundcheck.

Goede voorbereiding:
Zoals al vaker gezegd is een goede voorbereiding essentieel. Informeer ruim op tijd bij het technisch contact van het festival of er een soundcheck is en hoeveel tijd hiervoor ingeruimd is. Zorg er daarnaast voor dat men zo snel mogelijk een goed overzicht heeft van jullie opstelling en de wensen qua backline etc. Check dit lijstje goed voordat je deze opstuurt! Het gebeurt erg vaak dat er ultra last-minute allerlei wijzigingen zijn wat veel verwarring kan opleveren op een festival (men heeft dan de oude en dus foutieve lijst gebruikt etc.). In geval er geen soundcheck is dan is er wel een zogenaamde line-check waarbij tijdens de ombouw naar jouw show gecheckt word of alle microfoons werken. Feitelijk is dit een verkapte soundcheck. Indien je hier voldoende op bent voorbereid dan zou het geen probleem mogen zijn om vanaf het eerste nummer goed zaalgeluid en goede monitors te hebben.

Zaalgeluid:
Voor de FOH (front of house) technicus is het verstandig om het type mengtafel dat op het festival gebruikt word op te vragen. Ga er niet zondermeer vanuit dat men heeft staan wat op je rider staat. In geval van een digitale mengtafel is het wellicht mogelijk om een showfile mee te nemen met hierin jouw instelling voor de betreffende mengtafel. Dit betekent concreet dat je in de week voor het optreden moet navragen of er al een festival priklijst is. Dit is een lijst met alle microfooningangen en het type microfoon. Voor festivals is het gangbaar dat er een gemiddelde lijst word gemaakt waarbij de basiszaken zoveel als mogelijk gelijk worden gehouden. Denk hierbij aan drums, basgitaar, keyboards etc.

Aan de hand van deze lijst kun jij je eigen showfile aanpassen aan de situatie ter plaatse. Hou er rekening mee dat je altijd een versie van je settings opslaat met de uitgangen in “mute”. Dit voorkomt veel problemen als je de file gaat laden.

Monitors:
Indien je een eigen monitortechnicus mee hebt dan kun je wellicht voor die situatie ook een showfile maken. Indien je geen eigen monitortechnicus hebt dan is het verstandig om een duidelijke lijst te maken met de basisinstellingen. Voeg bij deze lijst een kopie van de opstelling en vermeld op deze opstelling ook duidelijk de namen van de desbetreffende muzikanten. Dit vergemakkelijkt de communicatie en versnelt het proces. Direct na het opbouwen zal de monitortechnicus een rondje doen om te vragen hoeveel je van bijvoorbeeld de vocals wilt horen etc. Wees tijdens deze ronde gedisciplineerd en ga er niet doorheen spelen/roepen. Laat de technicus even het rondje afmaken.

Backline:
Zorg ervoor dat backline die je zelf meeneemt goed werkt. Het komt naar mijn mening nog steeds veel te vaak voor dat tijdens de line-check blijkt dat bijvoorbeeld de batterijen van de akoestische gitaar leeg zijn of dat de voeding van een effectpedaal niet goed werkt. Indien je backline bij je hebt die meer tijd dan gemiddeld vergt bij het opbouwen vraag dan of er zogenaamde rolling-risers aanwezig zijn. Dat zijn podiumdelen op wielen die eenvoudig het podium opgerold kunnen worden. Je kunt dan rustig je eigen materialen op de rolling riser plaatsen en eventueel zelfs al testen. Mocht dit laatste niet kunnen dan is het verstandig om iemand extra mee te nemen die je kan helpen bij de opbouw van jouw materialen.

Conclusie:
Een goed geluid op een festival zonder soundcheck is zeker mogelijk. Zoals je bovenstaand hebt gelezen staat of valt het met een goede voorbereiding. Belangrijkste punt is eigen altijd: wees op tijd met het verstrekken van de informatie en het stellen van de noodzakelijke vragen en misschien nog wel het allerbelangrijkste: zorg dat je als band ruim op tijd aanwezig bent op het festivalterrein en meld je dan zo snel mogelijk bij de stagemanager.

 

 

Spelen op een festival – Deel 2

In juni heb ik een artikel gewijd aan het spleen op een festival en dan met name het probleem van het niet hebben van een geode soundcheck. Deze maand nog een aantal praktische tips die je kunnen helpen bij een geode performance ondanks dat je ergens te gast bent en niet alles in eigen hand hebt. Spelen op een festival – Deel 2.

Op praktisch alle festivals sta je als mixer in een mix toren. In ideale situaties is deze gemaakt van gaasdoek waar enerzijds geen regen doorheen komt en wat anderzijds ook geen reflecties genereerd. Maar vaak sta je in een soort tent van kunststof materiaal waarbinnen het op z’n zachtst gezegd anders klinkt dan buiten tussen het publiek. Vraag (als de weersomstandigheden dit toelaten) of het mogelijk is om zoveel mogelijk van de zijkanten op te maken. Dit scheelt al enorm. Maar zelfs een mixpositie met alleen een dak klinken wezenlijk anders. Hou hierbij ook rekening met je werkhoogte. Ook dit beïnvloed het geluid. Loopt hierom regelmatig weg van je mixpositie en luister op een representatieve positie tussen het publiek naar je mix.

Een goede representatieve plek kies je voordat je zelf moet mixen. Loop bij de voorgaande act door het publiek in de buurt van je FOH positie en check hierbij ook het verschil in sublaag op de verschillende posities.

Ander praktisch punt is een zogenaamde shoutline. Dit is een microfoon die bij de FOH positie ligt en waarmee je kunt spreken richting het podium. Daar staat of ligt een luidspreker waar jouw microfoon mee is verbonden. Vaak ligt er omgekeerd ook een shoutline van het podium naar de FOH positie. Check, indien mogelijk, op voorhand of er een mogelijkheid is om een shoutline te gebruiken. Scheelt ontzettend veel gedoe. Voordeel van een dergelijke verbinding is dat je als FOH technicus eenvoudig iets kunnen zeggen tegen de personen op het podium zonder dat die personen er iets voor hoeven te doen. Vaak is er ook een intercom systeem aanwezig maar nadeel daarvan is dat je dan nog wel de hoofdtelefoon moet opzetten of dat men simpelweg niet ziet dat jij ze probeert te callen. Met een shoutline voorkom je dit en dat scheelt veel tijd op een festival.

Als je op een festival komt mixen dan is het gebruikelijk dat je als technicus je eigen hoofdtelefoon meebrengt. Enerzijds is het hygiënisch en anderzijds ken je het geluid van je eigen hoofdtelefoon en kun je sneller een line-check doen omdat je een goede referentie hebt. Momenteel is de industrie standaard zo ongeveer de Sennheiser HD-25 hoofdtelefoon. Super stevig, klinkt goed, is compact en je kunt een schelp wegdraaien zodat je een schelp “tussen je schouder en oor kunt klemmen” als je je handen niet vrij hebt. Voor monitortechnici geldt uiteraard hetzelfde maar veelal gaat het dan om een eigen in-ear set.

Mocht je een eigen FX rack meebrengen dan is het handig als je deze voorziet van een multikabel waarbij de connectoren gelabeld zijn. Standaard kan deze uitgevoerd worden op xlr maar hou er rekening mee dat je in sommige gevallen aangewezen bent op jack. Zorg voor voldoende verloopjes van xlr naar jack. Het is überhaupt verstandig om altijd een eigen set verlopen bij je te hebben zodat je niet aangewezen bent op de (hopelijk) aanwezige verlopen.

Zorg er tot slot voor dat je altijd voldoende batterijen bij je hebt. Het gebeurt bijzonder vaak dat ik muzikanten hoor vragen om batterijen voor gitaren, effecten en tuners. Indien je eigen draadloze systemen bij je hebt dan dien je ook voor voldoende batterijen hiervoor te zorgen. Ga er niet vanuit dat deze lokaal wel aanwezig zullen zijn aangezien steeds meer draadloze systemen voorzien zijn van apparaat-specifieke accu’s met eigen laders.

Als je rekening houdt met de voornoemde punten en de punten uit het vorige artikel dan zou het geen probleem moeten zijn om zorgeloos te spelen op ieder festival en ook belangrijk, de lokale technici zien je dan graag komen.

Microfoontechniek voor vocalisten

De laatste tijd zie ik steeds vaker een microfoontechniek bij vocalisten die volkomen fout is en vooral nadelig is voor de vocalist. Deze maand in live-sound een artikel over microfoon techniek voor vocalisten.

Het lijkt wel een virus. Steeds vaker zie ik vocalisten een microfoontechniek toepassen die heel misschien wel stoer lijkt maar een verschrikkelijk geluid als resultaat geeft en ook nog eens veel problemen met feedback in geval je gebruik maakt van monitors in plaats van in-ear. Ik doel op het omklemmen van de kop van de microfoon en dan de achterzijde van de microfoon omhoog richten. Microfoontechniek voor vocalisten.

Het voornoemde gebruik is een bekend verschijnsel bij rappers. Ook in dat geval zie ik de meerwaarde niet maar zal ongetwijfeld te maken hebben met imago etc. Maar in geval je een niet-rapper bent dan heeft een dergelijke stijl negatieve gevolgen voor je geluid. Door het omklemmen van de kop van de microfoon (in de kop zit de feitelijke microfoon en in de handgreep zit de benodigde electronica) ontstaan er allerlei problemen voor de microfoon zoals vervorming, andere klankkleur en een veel grotere kans op feedback in geval je gebruik maakt van floormonitors.

De enige juiste manier om een microfoon goed vast te houden is met je hand rondom de handgreep en laat een paar centimeter vrij tussen je hand en de kop. Richt de microfoon vervolgens op je mond en probeer de afstand tussen je mond en de microfoon hierbij ongeveer op 5 centimeter te houden en zing hierbij een fractie over de microfoon. Dit laatste reduceert de plopgeluiden. De reden om de microfoon niet te ver van je mond te houden heeft te maken met het zogenaamde proximity effect. Als je een dynamische microfoon verder van de bron verwijderd nemen de lage tonen erg snel af. Met andere woorden het geluid wordt snel erg dun als je de microfoon te ver van je mond houdt.

Indien je een microfoon op statief gebruikt (bijvoorbeeld omdat je ook gitaar speelt) dan is het belangrijk dat je jezelf aanwent om niet langs de microfoon te zingen. Klinkt op zich heel logisch maar ik zie dit nog erg vaak fout gaan. De microfoon is veel minder gevoelig aan de zijkant en dit heeft dus behoorlijk effect op het geluid.

Tegenwoordig wordt er erg veel gebruik gemaakt van draadloze microfoons. In de basis werken deze hetzelfde als een draadgebonden microfoon. Voor vocalisten is het goed om te weten dat de antenne van de microfoon (in geval deze aan de binnenzijde is gemonteerd) vaak aan het uiteinde van de microfoon zit. Probeer de microfoon daar dan ook niet vast te houden. Als je de laatste centimeters van de onderzijde van de microfoon vrij laat belemmer je de ontvangst van de microfoon niet. Mocht je regelmatig last hebben van zogenaamde drop-outs (kortstondig wegvallen van de ontvangst) controleer dan of je de ontvangst niet belemmerd met je hand.

Als je bovenstaande zaken in de gaten houdt dan maak je optimaal gebruik van de microfoon. Zoals al aangegeven heeft het foutief vasthouden van de microfoon een enorme invloed op je geluid en naast jezelf zal ook de technicus blij worden van een vocalist die naast een super zangtalent ook beschikt over een goede microfoontechniek.

Microfoons equalizen

Deze maand in Live sound een artikel over een onderwerp waar veel verschillende visie’s op zijn. De betekenis van het woord equalizen is “gelijkmaken” maar werkt het ook echt zo? Microfoons equalizen.

In het verleden bestond de equalizer van een mengtafel vaak uit maximaal 2 knoppen. Laag en hoog. Later is dit uitgebreid naar een 3 delige toonregeling (laag, mid, hoog) en tegenwoordig zit er op nagenoeg elke mengtafel in ieder geval een sectie (veelal het mid) met een instelbare frequentie en seperaat regelbaar versterking of verzwakking. Op digitale mengtafels zijn de mogelijkheden nagenoeg onbeperkt en vinden we vaak op ieder kanaal een 4 of 6 bands parametrische equalizer/toonregeling.

Over de wijze van gebruik van de equalizer bestaan, zoals gezegd, veel verschillende visie’s. Uiteraard kun je de equalizer prima gebruiken om een specifiek instrument te kleuren maar in mijn optiek is de equalizer primair bedoelt om de hele weg tussen bron en uitgang van de mengtafel “glad te strijken/Equalizen”.

In het geval van een vocal microfoon merk ik vaak dat er de nodige discussie is over hoe een vocalmicrofoon voor een man of vrouw dient te verschillen qua klank. De algemene tendens is dat bij een vrouwelijke vocalist de hoge tonen iets terug gehaald worden en bij een mannelijke vocalist worden deze juist iets benadrukt zodat de kleuring van de vocals iets dichter bij elkaar komt te liggen.

Naar mijn mening moeten we proberen om de weg tussen de bron en de uitgang van de mengtafel zoveel als mogelijk te neutraliseren. Iedere microfoon heeft een bepaalde klankkleur. Hiervoor wordt de microfoon deels geselecteerd. In de live audio kiezen we over het algemeen microfoons die zo weinig mogelijk kleuren. Door de equalizer/toonregeling goed toe te passen kun je de aanwezige kleuring ook nog eens zoveel als mogelijk corrigeren. Uiteindelijk wil ik graag dat het pad gecorrigeerd wordt waarover de vocal de luisteraar berijkt en ik wil de bron zo weinig mogelijk beïnvloeden. Dat is soms een lastige afweging omdat de bron niet altijd zo goed is als we zouden willen. Maar… uiteindelijk zijn wij, naar mijn mening, als techneuten verantwoordelijk voor het zo natuurgetrouw mogelijk reproduceren van datgene wat de bron voortbrengt.

Uiteraard zijn hierop uitzonderingen. Bijvoorbeeld in geval je technicus bent van een vaste band/artiest waarbij je een eigen geluid hebt bepaald voor deze band/artiest. Maar ook in dit geval is mijn ervaring dat er dan nog steeds wordt geprobeerd om de bron zo neutraal mogelijk binnen te halen en dan eventueel te kleuren met specifieke effecten etc. Ik doe dat zelf bijvoorbeeld bij een artiest zoals Eric Vaarzon Morel. Ik haal het gitaargeluid zo neutraal mogelijk binnen en kleur dit signaal met specifieke effects. Voordeel van deze werkwijze is dat de luisteraars op de eerste rijen in het theater geen twee verschillende geluiden horen (acoustisch signaal en het versterkte signaal). Ander voordeel is dat het zo ook mogelijk is om het geluid zodanig in te richten dat het nagenoeg onmerkbaar versterkt kan worden. Met andere woorden, de luisteraar beseft niet dat het merendeel van het geluid uit de luidsprekers komt omdat het geluid naadloos aansluit bij het akoestische geluid. Dit laatste geldt uiteraard alleen wanneer er ook aanzienlijk akoestisch geluid geproduceerd wordt zoals bijvoorbeeld bij een orkest etc.

Tot slot is het ook heel eenvoudig te controleren of de equalizer goed ingesteld is (indien je inderdaad een zo neutraal mogelijk instelling wenst) door even naar de bron te luisteren. In veel gevallen betekent dit letterlijk om even op het podium naast de bron te gaan staan en dit geluid te vergelijken met het geluid dat je door de luidsprekers hoort.

 

Luisteren naar Muziek

Deze maand in live sound een artikel dat niet direct over een technisch onderwerp gaat maar wel heel belangrijk is. Luisteren naar muziek. Hoe kun je als technicus een goede mix maken van een band als je zelf eigenlijk niet luistert naar vergelijkbare muziek.

Om een goede mix te kunnen maken of om een individueel instrument goed te kunnen versterken is het essentieel dat je wel het een en ander afweet van het instrument dat je gaat versterken en zeker dat je weet hoe het instrument moet klinken. In de praktijk merkt ik regelmatig dat technici een instrument gaan versterken die ze nog nooit hebben gehoord. Ik had onlangs een situatie waarbij ik een zogenaamde “Hang Drum” moest versterken. Voordat ik op de concertlocatie aankwam heb ik via google zoveel mogelijk informatie opgezocht om de achtergrond van het instrument te leren en ik heb diverse video op youtube opgezocht om het instrument te beluisteren. Daarna heb ik op de locatie de muzikant gevraagd of hij even een akoestisch iets kon laten horen van zijn instrument. Vervolgens heb ik er twee condensatormicrofoons (AKG-C214) bij geplaatst en de muzikant was bijzonder tevreden over het bereikte resultaat.

Het belangrijkste dat ik in het voornoemde voorbeeld heb gedaan is luisteren. Niet alleen naar het instrument maar ook naar de muzikant. Hij had bepaalde ideeën over de versterking en samen hebben we een plan bedacht hoe we dit zo goed mogelijk konden doen.

Los van het luisteren naar een specifiek instrument is het volgens mij essentieel voor een technicus dat je veel luistert naar muziek. Klinkt wellicht als een open deur maar ik schrik er eerlijk gezegd wel van hoeveel technici eigenlijk niet weten wie Bono is, wie The Police waren of wat U2 is. Gaat me niet zozeer om de nostalgische waarde van deze bands maar wel om het feit dat dat het essentieel is om dergelijke muziek te beluisteren als je bijvoorbeeld een cover band mixed. Luister eens naar bands als the Who, Pink Floyd, een zangeres als Eva Cassidy etc. etc. Voorbeelden te over van muziek waar we als technici veel van kunnen leren en waardoor we ook anders leren luisteren.

Veel muzikanten luisteren als techneuten naar muziek. Opmerkingen als “snare is mooi opgenomen, mooie ambiance in de mix etc. etc.” zijn onder techneuten redelijk normaal terwijl bij het merendeel van de muziek de oorspronkelijke insteek voornamelijk was om emotie over te brengen. Dat de snare mooi is opgenomen is ook erg mooi en draagt waarschijnlijk bij aan de beleving maar het overbrengen van emotie is waar het om gaat. Probeer dat als technici ook te horen in muziek. Probeer de mix zo te maken dat deze de emotie overbrengt. Dit betekent vaak een andere benadering van mixen. Je moet er letterlijk je gevoel bij gebruiken en alleen naar de meters kijken is niet meer voldoende.

Ik ben er van overtuigd dat luisteren naar muziek een veel betere mix oplevert. Los hiervan geeft luisteren naar muziek je ook veel kennis over instrumenten. Zoals je zult begrijpen is mijn advies om zoveel mogelijk te luisteren naar muziek waarbij echte instrumenten worden gebruikt. Luister ook eens naar de wijze waarop men de galm en effecten in het algemeen heeft toegepast en welk effect dit heeft op het uiteindelijke geluid en de emotie. Door op deze manier te luisteren kun je heel veel leren en misschien nieuwe ideeën opdoen voor een mix.

Tot slot een lastige punt. Probeer bij een mix niet om het geluid dat je kent van een bepaald instrument niet na te maken. Dat is nagenoeg onmogelijk. Ieder instrument en iedere muzikant is uniek en heeft zijn/haar eigen geluid. Dezelfde gitaar ilaten bespelen door bijvoorbeeld Steve Lukather of Steve Vai zal een totaal andere sound geven ondanks dat alles hetzelfde is. Vraag bij twijfel altijd informatie bij de muzikant en probeer je, als je op voorhand als wat informatie hebt, alvast op de hoogte te stellen door google te gebruiken. Vandaag de dag zou je ieder instrument moeten kunnen vinden op internet.

En last but not least. Als je naar muziek gaat luisteren doe dit dan zoveel mogelijk vanaf een CD of hoge kwaliteit (Wav, AIFF etc.). Je zult verbaasd staan hoeveel het overbrengen van emotie afneemt naarmate de bitrate afneemt. Iedereen weet dat een MP3 op een bepaalde manier plat en dun klinkt. Dat heeft ook erg vel invloed op de wijze waarop de muziek bij de luisteraar aankomt.

Welke luidsprekers moet ik kiezen?

Er zijn honderden luidsprekersystemen op de markt en elke leverancier heeft zijn eigen voorkeur. Dat maakt het er niet makkelijker op de juiste keuze te maken. Hoog tijd voor wat praktische tips om je te helpen het luidsprekersysteem te kiezen dat het beste bij je past.

Zoals gezegd zijn er honderden, zo niet duizenden, luidsprekersyste- men. Ter illustratie: de fabrikant EAW heeft al 171 verschillende luid- sprekers in productie en JBL onge- veer 143. Naast deze twee zijn er wereldwijd nog duizenden produ- centen. Iedere fabrikant heeft speci- fieke ideeën over design, klank, spreidingshoek en vermogen van een luidspreker en iedereen bena- dert het product op een andere wij- ze. Hoe blijf je door de bomen het bos zien?

FULL-RANGE

In een volgend artikel zal ik ingaan op een systeem voor een complete band, nu richt ik me op de verster- king van een enkel instrument zoals een akoestische gitaar. In dit geval voldoen waarschijnlijk al twee full-

range luidsprekers en kun je de sub- woofers, die voor een band wel belangrijk zijn, achterwege laten. Indien je keuze zich beperkt tot alleen full-range luidsprekers (full- range houdt in dat deze luidsprekers behalve de midden en hoge tonen ook in zekere mate in staat zijn de lage tonen weer te geven), dan is de volgende vraag hoe groot de gemid- delde locatie is waar je op gaat tre- den. Indien het locaties zijn tot zo’n 200 bezoekers dan volstaan normaal gesproken twee full-range luidspre- kers van ongeveer 350W per luid- spreker. Houd bij de aanschaf van het systeem wel rekening met de spreidingshoek van de luidsprekers. Als het publiek zich voornamelijk recht voor je bevindt dan is een spreiding van rond de 60 graden over het algemeen voldoende. Op

het moment dat het publiek ook links en rechts naast het podium staat/zit, dan is de inzet van een extra set luidsprekers noodzakelijk.

COMBI-KABEL

Indien je deze keuze hebt gemaakt, dan moet je nog de afweging maken of je een luidspreker wilt met een ingebouwde versterker (actief) of een systeem met een los- se eindversterker (passief). Het belangrijkste nadeel van een inge- bouwde versterker was tot voor kort het gewicht, maar er komen steeds meer luidsprekers op de markt met ingebouwde lichtgewicht ‘digitale’ versterkers. Lichtgewicht betekent in dit geval ongeveer 1 kg bij een vermogen van 2 x 500W. Wel is de aanschafprijs van een dergelijk sys- teem hoger en je bent minder flexi- bel. Het tweede nadeel van een powered systeem is dat je elke luid- spreker van netspanning moet voor- zien. Als je je systeem compact wilt houden, dan is de aanschaf van een zogenaamde combi-kabel een goe- de keuze. Bij een combi-kabel zit er, behalve de audiokabel, ook een 220 volt-kabel in het omhulsel gegoten. Je hebt dan dus maar één kabel per luidspreker nodig voor zowel de stroomtoevoer als het audiosignaal. Indien je kiest voor een losse eind- versterker dan kun je relatief een- voudig een extra luidspreker aan- sluiten voor bijvoorbeeld de zijkant van het podium. Stel dat je nor- maal gesproken een enkele luid- spreker per kant van het podium aansluit. Moet je af en toe een extra luidspreker aansluiten, dan kun je die eenvoudig parallel aan- sluiten op de andere luidspreker. Omdat je deze luidspreker maar af en toe inzet hoef je niet onnodig te investeren in een duurdere actieve luidspreker. Nadeel van deze opzet

(passief) is dat je systeem uit meer componenten bestaat. Behalve op het gewicht kan dat ook invloed hebben op de keuze van de auto voor het vervoer.

VEEL LAAG

Nu de allerbelangrijkste keuze: hoe klinkt het systeem? Om dit te kun- nen beoordelen is er een aantal zaken van belang. Ten eerste: bepaal nooit aan de hand van muziek van de verkoper hoe een systeem klinkt. Neem je eigen muziek mee naar de winkel/leverancier of beter, neem je instrument mee. Vraag de leveran- cier het systeem aan te sluiten zoals jij het gaat gebruiken. Dat betekent dus bijvoorbeeld zonder equalizer als jij die ook niet gaat gebruiken. Als de luidsprekers bij de leveran- cier tegen een wand geplaatst staan, vraag dan of je de luidsprekers mid- den in de ruimte mag plaatsen. Hiermee voorkom je dat je bij de leverancier veel meer laag hebt gehoord dan wanneer je de luid- sprekers straks bij je eigen optreden midden in de ruimte (links en rechts naast het podium) hebt staan. Een full-range luidspreker produceert hoorbaar veel meer laag wanneer je deze tegen een wand plaatst.

DEMO

Overtuig je ervan dat jijzelf in staat bent om het systeem te laten klinken zoals je wilt. Indien de leverancier met zijn productkennis allerlei zaken afstelt, dan moet je dit zelf kunnen reproduceren. Mijn laatste advies is om de leverancier te vragen of je het systeem een keer als demo mee mag nemen zodat je zelf op jouw eigen locatie nader kennis kunt maken met het systeem. Alleen zo kun je tot een goede keuze komen en zul je jaren plezier beleven aan je nieuwe luidsprekersysteem.

Hoog of laagohmig?

Hoogohmig en laagohmig zijn twee benamingen die voornamelijk bij muziekinstrumenten worden toegepast. In pro-audio wordt meestal over hoge of lage impedantie gesproken. Maar hoe werkt dit eigenlijk en wat is het überhaupt?

Ten eerste wordt impedantie vaak verward met weerstand (de letter R uit de wet van ohm (R=U/I) maar dat is niet helemaal hetzelfde, alhoewel de vereenvoudigde formule voor het berekenen van de impedantie (Z=U/I) dit haast doet vermoeden. Zonder al te veel in details te treden zit het grote verschil tussen weerstand en impedantie erin dat de weerstand veelal constant en impedantie frequentie-afhankelijk is.

IMPENDANTIE

Iedere uitgang of ingang van een elektrisch muziekinstrument, mengtafel of versterker heeft een bepaalde impedantie. Om de uitgang van een bron goed te laten matchen met bijvoorbeeld een mengtafel is er een verhouding van 1:7-10 nodig wat betreft de impedantie. Met andere woorden. Om een Shure SM58 (impedantie 150 ohm) goed te laten werken op een mengtafel moet de impedantie van de mengtafel 7 tot 10 maal hoger zijn dan die van de microfoon. In dit voorbeeld moet de impedantie van de mengtafel dan onge- veer 1150 tot 1500 ohm zijn. Kwalitatief goede mengtafels voldoen allemaal aan deze eis aangezien de impedantie gewoonlijk tussen
1400 en 2000 ohm ligt.

SIGNAALVERLIES

Als je een elektrische gitaar wilt aansluiten op dezelfde mengtafel, dan ontstaat er een mis- match. Een elektrische gitaar heeft een minimum impedantie nodig van 250 kilo-ohm of meer. De mengtafel heeft maar 2000 ohm beschikbaar en het gevolg is dat de gitaar erg dun gaat klinken. Alle lage tonen zijn verdwenen.

Om dit probleem op te lossen is het gebruik van een DI-box noodzakelijk. Deze box heeft een hoogohmige ingang en een laagohmige uitgang. Op deze manier matcht je gitaar weer met de impedantie van de mengtafel. Het verdient de voorkeur om een actieve DI-box te gebruiken aangezien passieve DI-boxen nog steeds een relatief lage ingangsimpedantie hebben.

De betere oplossing is om een effectpedaal zoals een Boss line selector te gebruiken (Gitaar – Boss line selector – DI box). De Boss effectpedalen buf- feren de gitaar op een goede manier en geven hierdoor weinig tot geen signaalverlies.

PARALLEL

Een ander veel voorkomend probleem is het parallel zetten van twee microfoons op één meng- tafelingang. Uitgaand van de Shure SM58 resul- teert dit erin dat de impedantie erg laag word.
Het resultaat van twee microfoons parallel zoals in het voorbeeld is 75 ohm. Dat heeft naast signaalverlies ook gevolgen voor de klankkleur. Dit laatste heeft te maken met het feit dat impe- dantie frequentie-afhankelijk is. Verandert de fre- quentie dan verandert de impedantie ook (van- daar dat we altijd spreken over een gemiddelde impedantie aangezien deze binnen het werkings- gebied van een microfoon bij iedere frequentie anders zal zijn). Doordat de impedantie gefor- ceerd wordt gehalveerd (twee microfoons paral- lel) heeft dit ook gevolgen voor de goede werking van de microfoon. Het parallel aansluiten van twee verschillende microfoons moet je helemaal zien te voorkomen, aangezien dat grote gevolgen heeft voor het geluid van beide microfoons.
Ook voor uitgaande signalen van een mengtafel is de impedantie weer relevant. Als de mengtafel wordt aangesloten op versterkers (wat veelal het geval zal zijn) dan is het hierbij weer goed oplet- ten. Tegenwoordig zijn versterkers voorzien van hoogohmige ingangen van ongeveer 10 kilo-ohm. De uitgang van een professionele mengtafel is ongeveer 50 tot 100 ohm. Om een verhouding van 1:10 te houden mag de impedantie van de versterker dus niet lager zijn dan 1 kilo-ohm. Met een versterker is dit geen enkel probleem. Met meerdere versterkers parallel wordt dit wel eens lastig. Denk maar aan een selfpowered line-array systeem. Hierbij link je veelal alle kasten door via de aanwezige XLR-connectoren. Vier kasten is geen probleem maar zodra je er meer dan tien gaat aansluiten kan dat zeker ongewenste gevol- gen hebben.

OPLOSSING

Impedantie (hoogohmig of laagohmig) is een relevant iets dat je goed in de gaten moet hou- den. Normaal gesproken zul je weinig problemen ondervinden aangezien de meeste materialen goed op elkaar afgestemd zijn (mengtafels, ver- sterkers, microfoons, et cetera). Met name de niet-standaard oplossingen geven vaak problemen (twee microfoons parallel, gitaar rechtstreeks op de mengtafel). Voor alles is een goede oplos- sing te verzinnen, maar denk hier wel tijdig aan. Het is niet echt fijn om vlak voor een optreden opeens met impedantieproblemen te worden geconfronteerd.

Draadloze systemen voorbereid op de toekomst

draadloze microfoons en in-earmonitorsystemen worden steeds populairder. de kwaliteit is tegenwoordig zeer goed en het is natuurlijk heel handig dat je tijdens je optreden niet over kabels kunt struikelen. Maar met de opkomst van mobiele telefoons en WiFi is het behoorlijk druk in de ether. daarom heeft de overheid ervoor gekozen een nieuwe frequentieverdeling door te voeren. Hoe houd je je draadloze apparatuur werkend?

Sinds 1997 maken we als gebruikers van draadloze microfoon- en in-ear- systemen gebruik van de frequentie- band 470 – 862 MHz. Met de toewij- zing van deze frequentieband is ook de verplichte zendvergunning voor draadloze microfoons komen te ver- vallen. Voor 1997 waren er relatief veel systemen waarvoor geen ver- gunning werd aangevraagd bij het agentschap Telecommunicatie, maar was er nog enig zicht op. Sinds de afschaffing van de vergunningen is het voor het agentschap niet meer mogelijk goed in te schatten hoeveel draadloze systemen er nu daadwer- kelijk actief zijn.

Op dit moment worden we gecon- fronteerd met één van de gevolgen. Door de opkomst van mobiel inter- net is er dringend behoefte aan meer bandbreedte. Sinds enige jaren wordt er gezocht naar een oplossing. Deze is gevonden. Het merendeel van frequenties 470 – 862 MHz wordt binnenkort geveild aan de telecom- providers ten behoeve van mobiel internet. Zoals het er nu naar uitziet zal dit medio 2012 een feit zijn.

VERANDERINGEN

Om de vaak onbekende gebruikers van draadloze systemen een stem te geven, is in 2009 Programme Making & Special Events (www.pmse.nl) op- gericht door de Nederlandse Belan- genvereniging Draadloze Audio Ver- bindingen. Op dit moment ziet het er naar uit dat de PMSE een werkbaar compromis heeft weten te bewerk-

stelligen. In plaats van het vrijgeven van het gehele spectrum van 470 – 862 MHz voor mobiele data worden er waarschijnlijk een beperkt aantal frequenties vrijgehouden voor ge- bruik van draadloze audioverbin- dingen.

Tot 2015 zullen de bestaande fre- quenties langzamerhand uitgefa- seerd worden. Dit betekent dat het gebruik van deze frequenties is toegestaan voor draadloze audio- verbindingen, mits deze verbindin- gen geen storingen opleveren voor het mobiele dataverkeer. Het valt om gekeerd niet uit te sluiten dat het mobiele dataverkeer wel problemen zal veroorzaken voor de draadloze audioverbindingen.

Tot op heden was kanaal 63 (806 – 814 MHz) zo goed als landelijk te gebruiken voor draadloze audio- verbindingen. Hiervoor komen de kanalen 39, 40 & 41 (614 – 638 MHz) in de plaats. Dit is een positieve ontwikkeling, aangezien kanaal 63 maar 8 MHz breed was en de nieuwe kanalen in totaal 24 MHz bandbreed- te opleveren. De frequentieband 821 – 832 MHz wordt vrijgehouden voor gebruik van draadloze audio- verbindingen.

GEVOLGEN

Wat heeft dit alles voor gevolgen? Ten eerste dat iedere verbin- ding waarvan de frequentie niet

instelbaar is een goede kans heeft om in de toekomst storingen te ondervinden. Zoals de vlag er nu bij hangt is het na 2015 in alle gevallen niet meer geoorloofd om, met uit- zondering van de voornoemde fre- quenties, gebruik te maken van draadloze audioverbindingen. Indien je gebruikmaakt van een systeem met een instelbare frequentie van bijvoorbeeld 790 – 800 MHz, neem dan even contact op met je leveran- cier en vraag of jouw systeem wel- licht omgebouwd kan worden naar een frequentie die in de toekomst wel vrij te gebruiken blijft. Gebaseerd op de huidige ont- wikkelingen is het verstandig

om bij aanschaf van een nieuw systeem alvast rekening te hou- den met de keuze voor de te gebruiken frequenties. Kanaal 39, 40 & 41 lijken het meest voor de hand te liggen. Nadeel hiervan is echter wel dat het op deze kanalen druk gaat worden. Op dit moment komt het al regelmatig voor dat draadloze microfoons en in-earsyste- men elkaar in de weg zitten.

VOORBEREID

Mocht je in de toekomst gebruik blij- ven maken van draadloze systemen, dan is het verstandig vooraf te con- troleren of het op de bewuste locatie gaat werken. In het geval je in een theater gaat optreden, controleer dan vooraf of er misschien ook draadloze systemen worden gebruikt in een van de andere zalen en over- leg met de desbetreffende technicus welke frequenties jullie gaan gebrui- ken. Moderne systemen zoeken ook vaak automatisch naar beschikbare frequenties.

Wellicht denk je: ik zie wel. In dat geval is de kans groot dat je in de toekomst problemen gaat krijgen. Wees dus voorbereid en let er bij de aanschaf van een nieuw systeem goed op of hij werkt op de frequentiebanden die beschikbaar blijven voor draadloze audioverbindingen.

Nog meer subwoofers

Deze maand in Stage & Studio een vervolg op mijn artikel over subwoofers. Naar aanleiding van het artikel kreeg ik een brief die een zeer interessante aanvulling geeft op de zogenaamde cardioïde sub zoals ik die heb besproken in het artikel. Nog meer subwoofers.

TEKST: AUKE MEIJER

De schrijver, Bert Koenders van Iemke Roos Audio, importeur van Nexo, stelt terecht dat mijn oplossing in deze simplistisch is en wellicht enige aanvulling vereist.

‘Het verhaal zoals door, onze overigens gewaar- deerde collega, Auke Meijer wordt beschreven is een, in mijn ogen, iets te simpele oplossing voor het probleem. Het simpelweg uit fase zetten van een naar achteren gedraaide subwoofer zal niet alleen de achterkant uitdoven, maar ook maar ook de voorkant aanzienlijk verzwakken. Dit verlies van rendement – we willen namelijk graag dat twee woofers elkaar zo’n 6 dB gaan versterken – houdt simpelweg in dat we meer subwoofers moeten gaan meeslepen om aan de voorkant vol- doende laag te krijgen. De voornaamste reden dus waarom zogenaame cardioïde sub-opstellin- gen nog nauwelijks worden toegepast.

Het achter elkaar plaatsen van subwoofers is inderdaad een betere oplossing, alleen is de bandbreedte waarover dit werkt behoorlijk beperkt en verlies je nog steeds behoorlijk rende- ment. Daarnaast neemt de opstelling dermate veel ruimte in beslag dat dit eigenlijk alleen maar op hele grote evenementen kan worden toegepast, waarbij niet elke vierkante meter benut hoeft te worden. Want waar subs staan, kunnen nu een- maal geen bezoekers staan.

Fabrikanten breken zich dus het spreekwoordelijke hoofd over deze materie. Er zijn inmiddels een aan- tal cardioïde subs, waarbij een cardioïde afstraling wordt gegenereerd vanuit, jawel, één enkele sub. Echter, de meeste nog steeds over een heel beperk- te bandbreedte, meestal rond 1 octaaf en met ver- lies van rendement. Met andere woorden: in plaats dat de achterste speaker een optelling van geluids- druk geeft, zul je merken dat als je bij wijze van test de achterspeaker uitschakelt, je aan de voorkant meer geluidsdruk krijgt. Dit is niet de bedoeling van een cardioïde subwoofer. Kortom het probleem bij het genereren van cardioïde (sub-)laag is ten eerste het behoud van je rendement en ten tweede de bandbreedte waarover het te realiseren is.

Nexo heeft inmiddels jaren research gestoken in cardioïde subs en inmiddels zijn er diverse types op de markt die over meerdere octaven een car- dioïde afstraling geven met nagenoeg behoud van het volledig rendement. Altijd d.m.v. een combinatie van architectuur van de kast, plaat- sing van de speakers en poorten en een geavan- ceerd DSP-algoritme.

Plaatsing van subs op een vlakke vloer is veel las- tiger dan de meesten denken. Maar experimente- ren is, natuurlijk, een hele goede leerschool.’

VERMOGEN

Zoals aangegeven is dit alles een interessante aan- vulling. Het is inderdaad terecht dat het eenvoudig omdraaien van een subwoofer relatief veel nade- len heeft (waaronder vermogensverlies), vandaar dat ik een door mij veel gebruikte opstelling beschreef waarbij de subwoofers achter elkaar staan en dan ten opzichte van elkaar in tijd worden gecorrigeerd. In deze opstelling is er geen sprake van verlies van vermogen en ook fasetechnisch is deze opstelling mooier. Nadeel is dan weer dat deze opstelling tijdrovend is en voorbereiding ver- eist. Daarnaast betekent het ook dat je de opstel- ling, op basis van testen op locatie, wellicht moet aanpassen om tot het gewenste resultaat te komen.

ZELFDE BEHUIZING

De door Bert beschreven oplossing is zonder twijfel een prima oplossing en aangezien het hele concept in een subwoofer wordt geïmple- menteerd vereenvoudigt dit zonder meer allerlei complexe zaken zoals vertraging et cetera. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat andere fabri- kanten zoals Meyer Sound al jarenlang dergelij- ke oplossingen aanbieden. Ondanks dat het in dergelijke situaties lastig te meten is wordt er ook in dit geval vermogen verloren door de car- dioïde oplossing. Omdat alles in dezelfde luid- sprekerbehuizing plaatsvindt is het niet eenvou- dig te bepalen hoeveel vermogen je hiermee verliest. Wel is het een feit dat dergelijke sub- woofers meer vermogen nodig zijn ten opzichte van niet-cardioïde subwoofers.

INVESTERING

Dit soort cardioïde subwoofers zullen in de toe- komst steeds vaker toegepast worden omdat het met het oplopen van de gewenste vermogens steeds vaker voor zal komen dat er op het podi- um teveel sublaag ervaren wordt. Zoals reeds blijkt uit deze artikelen over subwoofers is dit nog steeds lastig op te lossen en er is meer dan één goed werkende oplossing. Mocht je in de gelegenheid zijn om dergelijke opstellingen in de praktijk eens te gaan testen dan is dit zeker aan te raden. Je zult zien dat je met een beetje geduld en nauwkeurigheid enorme verbeterin- gen kunt aanbrengen. Het is wel zo dat dergelij- ke situaties (subwoofers ten opzichte van de andere subwoofers uit fase zetten en in tijd cor- rigeren) voornamelijk bij grotere podia worden toegepast omdat met name in dergelijke geval- len – bijvoorbeeld met 30 of meer subwoofers per kant -, er veel overlast van sublaag zal zijn op het podium. In de normale toepassingen is een cardioïde subwoofer zoals Nexo deze aan- biedt zeker een hele goede investering.

Heb je vragen over live-sound of suggesties voor Auke‘s maandelijkse rubriek? Stuur dan een mail- tje naar livesounddokter@musicmaker.nl! 

Mag de bas wat harder?

Deze maand in Live-sound een artikel over het versterken van een basgitaar. Ogenschijnlijk lijkt dit vaak een van de meest eenvoudige instrumenten om te versterken, maar zoals altijd blijkt: schijn bedriegt. Mag de bas wat harder?

Om te beginnen zijn er diverse modellen bas. De bekendste is uiteraard de elektrische basgitaar. Deze is normaal gesproken voorzien van een jack-uitgang, vanwaar het signaal naar de bas- versterker gaat. In veel gevallen wordt het sig- naal naar de basversterker onderbroken met behulp van een DI-box. Het signaal gaat dan van de basgitaar naar de DI en via de parallelle uit- gang van deze box weer door naar de versterker en PA. In dit geval heeft een actieve DI-box de voorkeur, aangezien een passieve versie de uit- gangsimpedantie van de bas negatief kan beïn- vloeden. Bij een actieve DI-box is dit niet het geval. Een nadeel van deze wijze van aansluiten is dat de klank van de basversterker niet wordt meegenomen. Net als voor een elektrische gitaar geldt: de sound die de bassist uit zijn instrument en versterker haalt is heilig.

MICROFOON ERVOOR

Om dit probleem op te lossen is het verstandig om naast de DI ook een microfoon te gebruiken. Deze wordt dan voor de basversterker geplaatst. Een veelgebruikte microfoon voor deze toepas- sing is onder andere de Sennheiser MD421. Door een combinatie te maken van enerzijds het signaal dat via de DI binnenkomt en anderzijds de microfoon, is het goed mogelijk om een gebalanceerd basgeluid te produceren. Voor de monitors wordt vaak alleen het signaal dat van de DI-box komt gebruikt, aangezien een micro- foon risico geeft tot rondzingen. Als de basver- sterker is voorzien van een line-uitgang dan loont het vaak de moeite om deze te proberen. Als deze uitgang is voorzien van een jack con- nector dan heb je evengoed een DI box nodig. Is ie voorzien van XLR, let er dan op dat je eerst de fantoomvoeding uitschakelt om te voorko- men dat de line-uitgang van de basversterker in rook opgaat. In veel gevallen heeft de fabrikant van de versterker hier al over nagedacht en heeft fantoomvoeding geen negatieve gevolgen, maar dubbelcheck dit altijd voordat je de XLR aansluit.

CONTRABAS

Een ander veelgezien type is uiteraard de con- trabas. Deze goed versterken is veel moeilijker. Vaak heeft een contrabassist zelf al een micro- foon in zijn instrument laten bouwen. Deze is vaak dicht bij het bovenblad of op de kam

gemonteerd. Als je dit signaal te hard zet op het podium is de kans groot dat het bovenblad gaat resoneren, met allerlei bijgeluiden tot gevolg. Controleer tijdens een soundcheck altijd tot hoe- ver je kunt gaan om dit probleem niet tijdens het concert mee te hoeven maken. De kans is groot dat je het geluid wat dit teweeg brengt niet gelijk kunt plaatsen als het concert eenmaal begonnen is. Als een contrabas niet voorzien is van een eigen microfoon dan zijn er enkele oplossingen. De eerste is het plaatsen van een goede microfoon (bijvoorbeeld een AKG C-414) achter de kam. Hiervoor zijn specifieke monta- gekits beschikbaar of je kunt de ‘handgreep‘ van de microfoon omwikkelen met een stukje foam (bijvoorbeeld de inlay van een microfoondoos- je). Nu kun je de microfoon eenvoudig achter de kam tussen de snaren en de klankkast monteren.

ROCKABILLY

Andere opties zijn speciale microfoons die je op de klankkast kunt plakken. Onder andere sommi- ge microfoons van Schertler zijn hiervoor speci- fiek ontworpen. Bij dergelijke microfoons wordt over het algemeen een pasta meegeleverd waar- mee je de microfoon tijdelijk – en zonder lijmres-

ten achter te laten – kunt monteren op de klank- kast. De exacte positie van de microfoon moet je proefondervindelijk bepalen. Het nadeel van een dergelijke microfoon is dat je relatief weinig hoog zult horen. Een optie kan dan zijn om er een aparte (condensator)microfoon bij te plaat- sen. Het voordeel van een microfoon die je op de contrabas monteert is dat deze altijd op dezelfde positie zit, wat met een microfoon op statief nagenoeg nooit het geval zal zijn. Handig voor bewegelijke rockabilly-bassisten.

TIJD EN MOEITE

Zoals je ziet zijn er best nog veel aandachtspun- ten voor het aansluiten van een basgitaar of contrabas. Welke keuze je ook maakt om het instrument te versterken, overleg dit altijd met de bassist. Zoals ik al vaker heb aangegeven heeft een muzikant waarschijnlijk veel tijd en moeite gestoken in het vinden van de ideale sound en dan is het erg jammer als dit niet tot zijn recht komt tijdens het concert.

Heb je vragen over live-sound of suggesties voor Auke‘s maandelijkse rubriek? Stuur dan een mail- tje naar livesounddokter@musicmaker.nl!