Welke versterker

Ik krijg regelmatig de vraag welke versterker men moet gebruiken voor een specifieke luidspreker. Deze vraag is op zich nog best lastig te beantwoorden daarom deze maand in Live sound: hoeveel watt voor welke speaker.

Vermogen:
Op nagenoeg ieder speakersysteem staat vermeld hoeveel vermogen dit systeem nodig heeft om maximaal vermogen te geven. Vaak wordt er gedacht dat men dit toch niet nodig heeft omdat het ook met de helft aan vermogen kan (“zo hard hoeft het helemaal niet”). Dit is een foute benadering. Sluit een speakersysteem altijd aan op een versterker die minimaal het vermogen kan leveren dat het systeem vraagt. Mocht in geval van underpower een onverlaat per ongeluk toch de knop even helemaal open zetten dan betekent dit vrijwel zeker het einde van het luidsprekersysteem. Niet omdat de speakers zijn “opgeblazen” maar omdat de versterker een zogenaamde blokgolf heeft afgegeven.

Sinus & blokgolf:
Geluid bestaat normaal gesproken uit een sinus. Naar gelang het vermogen is deze groter (hoger) danwel kleiner. Dit noemen we de amplitude. Op het moment dat de versterker niet kan voldoen aan de vraag (het systeem vraagt bijvoorbeeld 500 watt en de versterker kan maar 250 watt leveren) dan gaat de versterker clippen. Dit betekent dat de boven en onderzijde van de sinus plat word. Aangezien een speaker de golf van de sinus volgt (als de sinus op zijn peak is gaat de luidspreker naar voren en als bij de onderzijde van de sinus gaat de luidspreker naar achteren). Indien de versterker gaat clippen dan volgt de luidspreker keurig de sinusgolf met dien verstande dat de luidspreker in de voorste en achterste positie heel even stil blijft staan. Aangezien een speaker erg onrendabel is wordt deze relatief warm. Doordat de speaker in de uiterste positie’s niet meer beweegt word de speaker ook niet meer gekoeld. Na verloop van tijd betekent dit dat de spoel van de speaker verbrand. Dit is de reden dat de versterker altijd meer vermogen beschikbaar moet hebben dan het speakersysteem vraagt. Uiteraard moet je hier wel een balans in vinden. Indien de versterker 10x het vermogen van het systeem gaat geven zou dit betekenen dat de speaker dermate ver naar voren wordt geduwd dat de spoel uit de luchtspleet schiet waardoor de speaker acuut vastloopt.

Wat is RMS vermogen:
Op speakers staat meestal vermeld dat deze een bepaald rms vermogen kunnen verwerken. Dat is het vermogen wat het systeem continue kan verwerken. In sommige gevallen wordt dit ook wel omschreven als program power. De speaker heeft echter ook een peak power. Dit is meestal het dubbele of meer van het rms vermogen. Kies dus altijd voor een versterker die het dubbele van het rms of program vermogen van de luidspreker kan leveren.

Impedantie:
Let bij de keuze voor een versterker altijd goed op bij welke impedantie de versterker het vermogen kan leveren. Nagenoeg altijd vermeldt de fabrikant van de versterker het vermogen bij een impedantie van 4 ohm terwijl luidsprekersysteem heel vaak een impedantie hebben van 8 ohm. Kort door de bocht kun je er vanuit gaan dat wanneer het opgegeven vermogen van de versterker bij 4 ohm bijvoorbeeld 500 watt is dat deze halveert bij 8 ohm (250 watt). Indien je per kant twee luidspreker wilt voeden met dezelfde versterker en beide luidsprekers hebben een RMS van 250 watt dan betekent dit concreet dat de versterker in dat geval minimaal een vermogen van 500 watt (vermogens kun je dan optellen) bij 4 ohm moet kunnen leveren (indien je twee luidsprekers parallel zet dan halveert de impedantie uitgaande van twee luidsprekers met dezelfde impedantie). Wil je in dit voorbeeld ook nog een goede marge inbouwen om clippen te voorkomen dan dien je een versterker toe te passen van minimaal 1000watt bij 4 ohm.

Zoals je ziet is het best nog wel even rekenen om de juiste versterker voor de betreffende luidspreker te vinden. Zoals in het artikel naar voren komt is het grootste gevaar clippen van de versterker met verbrande spreekspoelen tot gevolg. Daarnaast is het goed om inzicht te hebben in wat er gebeurt als je twee luidsprekers parallel aansluit en wat voor gevolgen dit heeft voor de keuze van de versterker.

Spelen op een festival zonder soundcheck

Indien je gaat spelen op een festival dan is het zeer goed denkbaar dat er geen tijd is voor een soundcheck. In de praktijk merk ik regelmatig dat bands hier niet op ingesteld zijn en dat dit (vaak onterechte) stress oplevert bij zowel de band als de meereizende technicus. Met een goede voorbereiding hoeft dit geen enkel probleem te zijn. Spelen op een festival zonder soundcheck.

Goede voorbereiding:
Zoals al vaker gezegd is een goede voorbereiding essentieel. Informeer ruim op tijd bij het technisch contact van het festival of er een soundcheck is en hoeveel tijd hiervoor ingeruimd is. Zorg er daarnaast voor dat men zo snel mogelijk een goed overzicht heeft van jullie opstelling en de wensen qua backline etc. Check dit lijstje goed voordat je deze opstuurt! Het gebeurt erg vaak dat er ultra last-minute allerlei wijzigingen zijn wat veel verwarring kan opleveren op een festival (men heeft dan de oude en dus foutieve lijst gebruikt etc.). In geval er geen soundcheck is dan is er wel een zogenaamde line-check waarbij tijdens de ombouw naar jouw show gecheckt word of alle microfoons werken. Feitelijk is dit een verkapte soundcheck. Indien je hier voldoende op bent voorbereid dan zou het geen probleem mogen zijn om vanaf het eerste nummer goed zaalgeluid en goede monitors te hebben.

Zaalgeluid:
Voor de FOH (front of house) technicus is het verstandig om het type mengtafel dat op het festival gebruikt word op te vragen. Ga er niet zondermeer vanuit dat men heeft staan wat op je rider staat. In geval van een digitale mengtafel is het wellicht mogelijk om een showfile mee te nemen met hierin jouw instelling voor de betreffende mengtafel. Dit betekent concreet dat je in de week voor het optreden moet navragen of er al een festival priklijst is. Dit is een lijst met alle microfooningangen en het type microfoon. Voor festivals is het gangbaar dat er een gemiddelde lijst word gemaakt waarbij de basiszaken zoveel als mogelijk gelijk worden gehouden. Denk hierbij aan drums, basgitaar, keyboards etc.

Aan de hand van deze lijst kun jij je eigen showfile aanpassen aan de situatie ter plaatse. Hou er rekening mee dat je altijd een versie van je settings opslaat met de uitgangen in “mute”. Dit voorkomt veel problemen als je de file gaat laden.

Monitors:
Indien je een eigen monitortechnicus mee hebt dan kun je wellicht voor die situatie ook een showfile maken. Indien je geen eigen monitortechnicus hebt dan is het verstandig om een duidelijke lijst te maken met de basisinstellingen. Voeg bij deze lijst een kopie van de opstelling en vermeld op deze opstelling ook duidelijk de namen van de desbetreffende muzikanten. Dit vergemakkelijkt de communicatie en versnelt het proces. Direct na het opbouwen zal de monitortechnicus een rondje doen om te vragen hoeveel je van bijvoorbeeld de vocals wilt horen etc. Wees tijdens deze ronde gedisciplineerd en ga er niet doorheen spelen/roepen. Laat de technicus even het rondje afmaken.

Backline:
Zorg ervoor dat backline die je zelf meeneemt goed werkt. Het komt naar mijn mening nog steeds veel te vaak voor dat tijdens de line-check blijkt dat bijvoorbeeld de batterijen van de akoestische gitaar leeg zijn of dat de voeding van een effectpedaal niet goed werkt. Indien je backline bij je hebt die meer tijd dan gemiddeld vergt bij het opbouwen vraag dan of er zogenaamde rolling-risers aanwezig zijn. Dat zijn podiumdelen op wielen die eenvoudig het podium opgerold kunnen worden. Je kunt dan rustig je eigen materialen op de rolling riser plaatsen en eventueel zelfs al testen. Mocht dit laatste niet kunnen dan is het verstandig om iemand extra mee te nemen die je kan helpen bij de opbouw van jouw materialen.

Conclusie:
Een goed geluid op een festival zonder soundcheck is zeker mogelijk. Zoals je bovenstaand hebt gelezen staat of valt het met een goede voorbereiding. Belangrijkste punt is eigen altijd: wees op tijd met het verstrekken van de informatie en het stellen van de noodzakelijke vragen en misschien nog wel het allerbelangrijkste: zorg dat je als band ruim op tijd aanwezig bent op het festivalterrein en meld je dan zo snel mogelijk bij de stagemanager.

 

 

Luisteren naar Muziek

Deze maand in live sound een artikel dat niet direct over een technisch onderwerp gaat maar wel heel belangrijk is. Luisteren naar muziek. Hoe kun je als technicus een goede mix maken van een band als je zelf eigenlijk niet luistert naar vergelijkbare muziek.

Om een goede mix te kunnen maken of om een individueel instrument goed te kunnen versterken is het essentieel dat je wel het een en ander afweet van het instrument dat je gaat versterken en zeker dat je weet hoe het instrument moet klinken. In de praktijk merkt ik regelmatig dat technici een instrument gaan versterken die ze nog nooit hebben gehoord. Ik had onlangs een situatie waarbij ik een zogenaamde “Hang Drum” moest versterken. Voordat ik op de concertlocatie aankwam heb ik via google zoveel mogelijk informatie opgezocht om de achtergrond van het instrument te leren en ik heb diverse video op youtube opgezocht om het instrument te beluisteren. Daarna heb ik op de locatie de muzikant gevraagd of hij even een akoestisch iets kon laten horen van zijn instrument. Vervolgens heb ik er twee condensatormicrofoons (AKG-C214) bij geplaatst en de muzikant was bijzonder tevreden over het bereikte resultaat.

Het belangrijkste dat ik in het voornoemde voorbeeld heb gedaan is luisteren. Niet alleen naar het instrument maar ook naar de muzikant. Hij had bepaalde ideeën over de versterking en samen hebben we een plan bedacht hoe we dit zo goed mogelijk konden doen.

Los van het luisteren naar een specifiek instrument is het volgens mij essentieel voor een technicus dat je veel luistert naar muziek. Klinkt wellicht als een open deur maar ik schrik er eerlijk gezegd wel van hoeveel technici eigenlijk niet weten wie Bono is, wie The Police waren of wat U2 is. Gaat me niet zozeer om de nostalgische waarde van deze bands maar wel om het feit dat dat het essentieel is om dergelijke muziek te beluisteren als je bijvoorbeeld een cover band mixed. Luister eens naar bands als the Who, Pink Floyd, een zangeres als Eva Cassidy etc. etc. Voorbeelden te over van muziek waar we als technici veel van kunnen leren en waardoor we ook anders leren luisteren.

Veel muzikanten luisteren als techneuten naar muziek. Opmerkingen als “snare is mooi opgenomen, mooie ambiance in de mix etc. etc.” zijn onder techneuten redelijk normaal terwijl bij het merendeel van de muziek de oorspronkelijke insteek voornamelijk was om emotie over te brengen. Dat de snare mooi is opgenomen is ook erg mooi en draagt waarschijnlijk bij aan de beleving maar het overbrengen van emotie is waar het om gaat. Probeer dat als technici ook te horen in muziek. Probeer de mix zo te maken dat deze de emotie overbrengt. Dit betekent vaak een andere benadering van mixen. Je moet er letterlijk je gevoel bij gebruiken en alleen naar de meters kijken is niet meer voldoende.

Ik ben er van overtuigd dat luisteren naar muziek een veel betere mix oplevert. Los hiervan geeft luisteren naar muziek je ook veel kennis over instrumenten. Zoals je zult begrijpen is mijn advies om zoveel mogelijk te luisteren naar muziek waarbij echte instrumenten worden gebruikt. Luister ook eens naar de wijze waarop men de galm en effecten in het algemeen heeft toegepast en welk effect dit heeft op het uiteindelijke geluid en de emotie. Door op deze manier te luisteren kun je heel veel leren en misschien nieuwe ideeën opdoen voor een mix.

Tot slot een lastige punt. Probeer bij een mix niet om het geluid dat je kent van een bepaald instrument niet na te maken. Dat is nagenoeg onmogelijk. Ieder instrument en iedere muzikant is uniek en heeft zijn/haar eigen geluid. Dezelfde gitaar ilaten bespelen door bijvoorbeeld Steve Lukather of Steve Vai zal een totaal andere sound geven ondanks dat alles hetzelfde is. Vraag bij twijfel altijd informatie bij de muzikant en probeer je, als je op voorhand als wat informatie hebt, alvast op de hoogte te stellen door google te gebruiken. Vandaag de dag zou je ieder instrument moeten kunnen vinden op internet.

En last but not least. Als je naar muziek gaat luisteren doe dit dan zoveel mogelijk vanaf een CD of hoge kwaliteit (Wav, AIFF etc.). Je zult verbaasd staan hoeveel het overbrengen van emotie afneemt naarmate de bitrate afneemt. Iedereen weet dat een MP3 op een bepaalde manier plat en dun klinkt. Dat heeft ook erg vel invloed op de wijze waarop de muziek bij de luisteraar aankomt.

Digitale mengtafels

Een aantal jaren geleden heb ik voor Musicmaker een artikel geschreven over het verschil tussen digitale en analoge mengtafels. Vandaag de dag zijn digitale mengtafels niet meer weg te denken uit de live-sfeer. Wat is de huidige status van digitale mengtafels en wat kunnen we eventueel nog verwachten?

Digitale mengtafels hebben hun plek wat betreft de livesound inmiddels volledig bewezen. Nagenoeg iedere audiotechnicus heeft weleens digitaal gemixt. In het begin was dit wellicht nog wat onwennig, maar ‘alle begin is moeilijk’. Met name de te verrichten handdelingen zijn totaal anders dan bij een analoge mengtafel. Bij een analoge mengtafel zijn de verschillende functies vaak per kanaal beschikbaar, en op een digitale tafel zijn deze functies veelal centraal ondergebracht rondom een scherm. In een aantal gevallen heeft de digitale mengtafel zelfs een touchscreen.

PIONIER

Inmiddels zijn nagenoeg alle grote fabrikanten overstag gegaan en maken een of meerdere digitale mengtafels. Yamaha is pionier op dit gebied geweest, onder andere met de O2R. Maar ook gerenommeerde fabrikanten als Allen & Heath, Soundcraft, Digico en Midas zijn inmiddels niet meer weg te denken uit de digitale mengtafelwereld.

In de laatste jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest op het gebied

van digitale mengtafels. Waren het in eerste instantie mengtafels die voornamelijk bedoeld waren voor maximaal 32 kanalen (een aantal uitzonderingen zoals Yamaha PM- 1D en Digico D5 daargelaten), inmiddels zijn de ‘betaalbare’ digitale mengtafels (tot € 25.000,-) veelal voorzien van minimaal 48 of meer inputs en 24 of meer uitgangen.

VERGEVORDERD

De hamvraag bij digitale mengtafels is natuurlijk of ze net zo goed klinken als analoge mengtafels. Hierop is mijn antwoord een volmondig ‘ja’. De digitale technieken zijn dermate vergevorderd dat het nagenoeg onmogelijk is om het verschil te horen tussen een analoge en een digitale mengtafel, zeker als je de verschillen tijdens een concert probeert te onderscheiden. Zelfs de ultra compacte LS9serie van Yamaha klinkt ronduit goed.

Het grote onderscheid tussen de diverse digitale mengtafels is met name de wijze waarop de interface is opgebouwd en de wijze waarop het signaal van het podium naar de console wordt aangevoerd. In bepaalde gevallen gebeurt dit nog met een ‘ouderwetse’ multikabel, maar veelal is dit tegenwoordig via een Cat5e-verbinding of coaxkabel. Alle fabrikanten claimen dat zij het beste systeem gebruiken om signalen van en naar het podium te transporteren. In de praktijk maakt dit weinig verschil als je de kabels uitrolt. Uiteraard heeft iedere fabrikant zijn eigen visie op de manier waarop signalen moeten worden aangevoerd. Het merendeel van de systemen gebruikt MADI, Ether- Sound of AES50, en dat is voor de eindgebruiker nagenoeg hetzelfde. Er gaat een digitaal protocol over een dunne kabel en qua betrouwbaarheid is dat feitelijk gelijk.

RISICOVOL

Een ander verschil tussen digitale mengtafels van ongeveer vijf jaar geleden en nu is dat nagenoeg iedere fabrikant de mogelijkheid biedt om de mengtafel via een draadloze verbinding te bedienen, bijvoorbeeld door middel van een iPad. Dit heeft grote voordelen, vooral als je de monitors vanaf de zaalmengtafel bedient. In dat geval kun je als technicus, na een ruwe

mix gemaakt te hebben, eenvoudig gaan finetunen vanaf het podium. Af en toe zie ik ook weleens technici die het aandurven om zelfs de gehele mix vanaf een iPad te doen, maar dat is redelijk risicovol. Als de WiFi-verbinding uitvalt, ben je de gehele controle kwijt en dat wil je echt niet.

VOORDELEN

Concreet is er de laatste jaren veel veranderd. Met name het prijsniveau van de huidige digitale mengtafels is dermate interessant dat het voor bijna iedereen mogelijk is om digitaal te mixen, met alle voordelen van dien. Naast een compacte footprint kun je natuurlijk ook de instellingen van een hele show opslaan. Bij een festival kun je vaak volstaan met een usb-stick waar jouw complete show op staat. Je hoeft de gegevens simpelweg in te laden in de mengtafel, en ziedaar! Bij met name de grotere tourende acts zie ik steeds vaker dat de tech- nicus een show heeft opgeslagen van die specifieke mengtafel, en dat scheelt enorm veel tijd. Het garandeert bovendien in veel gevallen een hogere kwaliteit van de show.