Een goede soundcheck

Als het goed is, vergroot een soundcheck de kans flink dat je band ook in de zaal klinkt zoals je wilt. Als het goed is, want er blijken nogal wat haken en ogen aan de soundcheck te zitten. Musicmakers Livesounddokter Auke Meijer geeft een aantal voorbeelden. Een goede soundcheck.

TEKST: AUKE MEIJER

De soundcheck gebeurt in eerste instantie om het geluid in te stellen. Dat klinkt heel logisch, maar vaak ontaardt de soundcheck in een ver- edelde repetitie. Dat hoeft niet erg te zijn, maar ik maak vaak mee dat de muzikanten meer bezig zijn met het oefenen van een nieuw nummer dan met hun sound. Het gevolg is vaak dat er na afloop van de sound- check pas vragen komen als: ‘Mag ik nog ietsje meer monitor?’ Dat is niet alleen lastig voor de technicus, maar ook voor de overige bandle- den. Het podiumgeluid kan door deze ingreep veranderen en dus klinkt het voor iedereen anders aan het begin van het optreden. Probeer daarom aan het begin van de soundcheck eerst te werken aan een goed geluid. Zodra dit staat, is het meestal geen probleem als je daar- na als band even gaat repeteren.

BALANS

Een ander veel voorkomend pro- bleem is dat een van de muzikanten tijdens een soundcheck alle vocal- microfoons gaat controleren en dan constateert dat de ene microfoon harder op de monitors staat dan de andere. Dat klopt inderdaad. De kans dat de stemmen van de voca- listen allemaal exact even hard zijn, is nihil en dus is er per vocalist een ander volume op de monitors nodig. Als op voorspraak van een bandlid de balans ineens weer aan- gepast moet worden, is het gevolg meestal dat tijdens het optreden de mix nogmaals gemaakt moet wor- den. Overigens kan de technicus veel doen om voorgaande te voor- komen. Probeer als technicus tij- dens de soundcheck even op het podium mee te luisteren. Dat geeft

je een goed beeld van het geluid op het podium. Je kunt nu gelijk aan alle muzikanten vragen of ze blij worden van de sound en er is ruim- te om te overleggen met dezelfde basisinformatie (het podiumgeluid). Als de zanger bijvoorbeeld moeite heeft zichzelf te horen, dan is het niet altijd gezegd dat dit goed wordt opgelost door zijn microfoon harder te zetten. Wellicht is er iets anders aan de hand. Misschien zijn de ove- rige instrumenten juist te hard op de zangmonitor. Alleen al om deze reden is het goed om altijd even op het podium mee te luisteren. Een muzikant is over het algemeen geen technicus en weet wellicht niet waarom hij/zij zichzelf niet goed kan horen.

SLEUTELEN

Wat ook vaak gebeurt, is dat tijdens het inregelen van de drums de hele band alvast gaat meespelen. Dat lijkt niet echt een probleem, maar is het wel. De technicus heeft echt even tijd nodig om een goede sound te maken en dat is erg lastig als er andere instrumenten mee- doen. De oorzaak is vaak dat de hele band al op het podium staat te wachten tot de drums gesound- checkt zijn en onwillekeurig mee gaat spelen. Om dit te voorkomen kun je een soundcheck-schema opstellen waarbij je afspreekt dat de eerstvolgende muzikant pas het podium opgaat zodra de voorgaan- de muzikant is begonnen met zijn soundcheck. Een veelgebruikt sche- ma voor een soundcheck is: drums, basgitaar, elektrisch gitaar, key- boards en dan vocals. Zodra de vocals afgerond zijn, kan er gelijk een ‘totaaltje’ gedaan worden, omdat iedereen dan op het podium staat.

Ik zie ook regelmatig dat de techni- cus een kwartier gaat sleutelen aan de sound van bijvoorbeeld de bass- drum. Als dit zolang duurt, dan betekent dit nagenoeg altijd een verkeerde microfoonkeuze, een slechte akoestische drumsound of iets anders wat niet snel aan te pas- sen is. Los dergelijke zaken zo mogelijk na de soundcheck op. Dat voorkomt dat de rest van de band te lang moet wachten. Overigens wil dit helemaal niet zeggen dat je als technicus snel tevreden moet zijn. Maar probeer een afweging te maken tussen enerzijds de optimale sound en anderzijds de wachtende musici. Wellicht is er na de sound- check nog even tijd om de puntjes op de i te zetten om zodoende toch een perfecte sound neer te zetten.

SLINGER

Met een beetje passen en meten is er best iets van een soundcheck te

maken. Voorwaarde is dat iedereen het belang ervan inziet en begrijpt dat de technicus tijd nodig heeft om zijn/haar ding te kunnen doen. Er zitten op een gemiddelde mengtafel al gauw meer dan 500 knoppen, die wellicht allemaal een slinger moe- ten hebben. Kleine tip tot slot voor iedereen behalve de technicus: bemoei je tijdens de soundcheck niet met zijn/haar werk, tenzij je heel zeker van je zaak bent. Als je denkt dat de technicus hulp op prijs stelt, dan is het beter dit eerst even te overleggen. Je stelt het waar- schijnlijk zelf ook niet op prijs als de technicus komt uitleggen hoe jij je instrument moet gebruiken.

Heb je vragen over live-sound of suggesties voor Auke‘s maandelijkse rubriek? Stuur dan een mailtje naar livesounddokter@musicmaker.nl!