Microfoons equalizen

Deze maand in Live sound een artikel over een onderwerp waar veel verschillende visie’s op zijn. De betekenis van het woord equalizen is “gelijkmaken” maar werkt het ook echt zo? Microfoons equalizen.

In het verleden bestond de equalizer van een mengtafel vaak uit maximaal 2 knoppen. Laag en hoog. Later is dit uitgebreid naar een 3 delige toonregeling (laag, mid, hoog) en tegenwoordig zit er op nagenoeg elke mengtafel in ieder geval een sectie (veelal het mid) met een instelbare frequentie en seperaat regelbaar versterking of verzwakking. Op digitale mengtafels zijn de mogelijkheden nagenoeg onbeperkt en vinden we vaak op ieder kanaal een 4 of 6 bands parametrische equalizer/toonregeling.

Over de wijze van gebruik van de equalizer bestaan, zoals gezegd, veel verschillende visie’s. Uiteraard kun je de equalizer prima gebruiken om een specifiek instrument te kleuren maar in mijn optiek is de equalizer primair bedoelt om de hele weg tussen bron en uitgang van de mengtafel “glad te strijken/Equalizen”.

In het geval van een vocal microfoon merk ik vaak dat er de nodige discussie is over hoe een vocalmicrofoon voor een man of vrouw dient te verschillen qua klank. De algemene tendens is dat bij een vrouwelijke vocalist de hoge tonen iets terug gehaald worden en bij een mannelijke vocalist worden deze juist iets benadrukt zodat de kleuring van de vocals iets dichter bij elkaar komt te liggen.

Naar mijn mening moeten we proberen om de weg tussen de bron en de uitgang van de mengtafel zoveel als mogelijk te neutraliseren. Iedere microfoon heeft een bepaalde klankkleur. Hiervoor wordt de microfoon deels geselecteerd. In de live audio kiezen we over het algemeen microfoons die zo weinig mogelijk kleuren. Door de equalizer/toonregeling goed toe te passen kun je de aanwezige kleuring ook nog eens zoveel als mogelijk corrigeren. Uiteindelijk wil ik graag dat het pad gecorrigeerd wordt waarover de vocal de luisteraar berijkt en ik wil de bron zo weinig mogelijk beïnvloeden. Dat is soms een lastige afweging omdat de bron niet altijd zo goed is als we zouden willen. Maar… uiteindelijk zijn wij, naar mijn mening, als techneuten verantwoordelijk voor het zo natuurgetrouw mogelijk reproduceren van datgene wat de bron voortbrengt.

Uiteraard zijn hierop uitzonderingen. Bijvoorbeeld in geval je technicus bent van een vaste band/artiest waarbij je een eigen geluid hebt bepaald voor deze band/artiest. Maar ook in dit geval is mijn ervaring dat er dan nog steeds wordt geprobeerd om de bron zo neutraal mogelijk binnen te halen en dan eventueel te kleuren met specifieke effecten etc. Ik doe dat zelf bijvoorbeeld bij een artiest zoals Eric Vaarzon Morel. Ik haal het gitaargeluid zo neutraal mogelijk binnen en kleur dit signaal met specifieke effects. Voordeel van deze werkwijze is dat de luisteraars op de eerste rijen in het theater geen twee verschillende geluiden horen (acoustisch signaal en het versterkte signaal). Ander voordeel is dat het zo ook mogelijk is om het geluid zodanig in te richten dat het nagenoeg onmerkbaar versterkt kan worden. Met andere woorden, de luisteraar beseft niet dat het merendeel van het geluid uit de luidsprekers komt omdat het geluid naadloos aansluit bij het akoestische geluid. Dit laatste geldt uiteraard alleen wanneer er ook aanzienlijk akoestisch geluid geproduceerd wordt zoals bijvoorbeeld bij een orkest etc.

Tot slot is het ook heel eenvoudig te controleren of de equalizer goed ingesteld is (indien je inderdaad een zo neutraal mogelijk instelling wenst) door even naar de bron te luisteren. In veel gevallen betekent dit letterlijk om even op het podium naast de bron te gaan staan en dit geluid te vergelijken met het geluid dat je door de luidsprekers hoort.