sigma audio

Spelen op een festival – Deel 2

In juni heb ik een artikel gewijd aan het spleen op een festival en dan met name het probleem van het niet hebben van een geode soundcheck. Deze maand nog een aantal praktische tips die je kunnen helpen bij een geode performance ondanks dat je ergens te gast bent en niet alles in eigen hand hebt. Spelen op een festival – Deel 2.

Op praktisch alle festivals sta je als mixer in een mix toren. In ideale situaties is deze gemaakt van gaasdoek waar enerzijds geen regen doorheen komt en wat anderzijds ook geen reflecties genereerd. Maar vaak sta je in een soort tent van kunststof materiaal waarbinnen het op z’n zachtst gezegd anders klinkt dan buiten tussen het publiek. Vraag (als de weersomstandigheden dit toelaten) of het mogelijk is om zoveel mogelijk van de zijkanten op te maken. Dit scheelt al enorm. Maar zelfs een mixpositie met alleen een dak klinken wezenlijk anders. Hou hierbij ook rekening met je werkhoogte. Ook dit beïnvloed het geluid. Loopt hierom regelmatig weg van je mixpositie en luister op een representatieve positie tussen het publiek naar je mix.

Een goede representatieve plek kies je voordat je zelf moet mixen. Loop bij de voorgaande act door het publiek in de buurt van je FOH positie en check hierbij ook het verschil in sublaag op de verschillende posities.

Ander praktisch punt is een zogenaamde shoutline. Dit is een microfoon die bij de FOH positie ligt en waarmee je kunt spreken richting het podium. Daar staat of ligt een luidspreker waar jouw microfoon mee is verbonden. Vaak ligt er omgekeerd ook een shoutline van het podium naar de FOH positie. Check, indien mogelijk, op voorhand of er een mogelijkheid is om een shoutline te gebruiken. Scheelt ontzettend veel gedoe. Voordeel van een dergelijke verbinding is dat je als FOH technicus eenvoudig iets kunnen zeggen tegen de personen op het podium zonder dat die personen er iets voor hoeven te doen. Vaak is er ook een intercom systeem aanwezig maar nadeel daarvan is dat je dan nog wel de hoofdtelefoon moet opzetten of dat men simpelweg niet ziet dat jij ze probeert te callen. Met een shoutline voorkom je dit en dat scheelt veel tijd op een festival.

Als je op een festival komt mixen dan is het gebruikelijk dat je als technicus je eigen hoofdtelefoon meebrengt. Enerzijds is het hygiënisch en anderzijds ken je het geluid van je eigen hoofdtelefoon en kun je sneller een line-check doen omdat je een goede referentie hebt. Momenteel is de industrie standaard zo ongeveer de Sennheiser HD-25 hoofdtelefoon. Super stevig, klinkt goed, is compact en je kunt een schelp wegdraaien zodat je een schelp “tussen je schouder en oor kunt klemmen” als je je handen niet vrij hebt. Voor monitortechnici geldt uiteraard hetzelfde maar veelal gaat het dan om een eigen in-ear set.

Mocht je een eigen FX rack meebrengen dan is het handig als je deze voorziet van een multikabel waarbij de connectoren gelabeld zijn. Standaard kan deze uitgevoerd worden op xlr maar hou er rekening mee dat je in sommige gevallen aangewezen bent op jack. Zorg voor voldoende verloopjes van xlr naar jack. Het is überhaupt verstandig om altijd een eigen set verlopen bij je te hebben zodat je niet aangewezen bent op de (hopelijk) aanwezige verlopen.

Zorg er tot slot voor dat je altijd voldoende batterijen bij je hebt. Het gebeurt bijzonder vaak dat ik muzikanten hoor vragen om batterijen voor gitaren, effecten en tuners. Indien je eigen draadloze systemen bij je hebt dan dien je ook voor voldoende batterijen hiervoor te zorgen. Ga er niet vanuit dat deze lokaal wel aanwezig zullen zijn aangezien steeds meer draadloze systemen voorzien zijn van apparaat-specifieke accu’s met eigen laders.

Als je rekening houdt met de voornoemde punten en de punten uit het vorige artikel dan zou het geen probleem moeten zijn om zorgeloos te spelen op ieder festival en ook belangrijk, de lokale technici zien je dan graag komen.